Warron Leeson schreef op 15 juni 2011 21:59:
Voor de liefhebbers, hier: [http://www.pleinplus.nl/algemeen/toonbijlage.asp?id=13369] vind je de conclusie in zijn geheel terug.
Conclusie dd 29 maart 2011, nr. 09/04984 samengevat:
Uit de conclusie van de AG kun je opmaken dat het zeer waarschijnlijk is (de Hoge Raad moet hier ook nog naar kijken en het zou mij persoonlijk niet verbazen als hij deze conclusie gaat nuanceren...) dat daytrading in box 3 valt tenzij er sprake is van voorkennis.
De winst die je daarmee behaalt, valt dus niet in box 1 onder het hoge belastingtarief (zoals je loon) maar onder het lage van 1,2% zoals je spaargeld.
De Hoge Raad moet hier nog uitspraak over doen en het kan zijn dat de Hoge Raad er anders over denkt. Die uitspraak moeten we dus even in de gaten houden.
Het ging over een financieel specialist die voor zichzelf is begonnen in (korlopende) opties. Hij maakte geen winst maar verlies.
Als je met je bedrijf (box 1) verlies maakt, dan mag je verlies aftrekken van je winst en hoef je minder belasting te betalen.
Deze gast wilde daarom dus graag dat zijn activiteiten onder het kopje ‘bedrijf’ vielen in box 1.
De eerste rechters die hier naar keken (de rechtbank en gerechtshof) vonden dat hij geen gelijk had.
Voordat de hoogste rechter (Hoge Raad) hier naar gaat kijken, schrijft eerst een ‘Advocaat-Generaal’ (A-G) een advies aan de Hoge Raad.
De AG heeft nu geschreven dat dit in box 3 valt. Eerst geeft hij de hoofdregel van de Hoge Raad:
Box 3 (laag tarief)= normaal actief vermogensbeheer, passief beleggen.
Box 1 (hoog tarief)= gaat om het streven naar méér rendement dan dat wat de ‘passieve’ belegger krijgt.
Dan schrijft de AG:
“De handel in (kortlopende) opties op aandelen die worden verhandeld op een open markt - zoals de AEX - is speculatief van aard. Een met die handel te behalen voordeel is in de regel niet voorzienbaar, tenzij de markt imperfecties kent, bijvoorbeeld doordat een op die markt handelende persoon beschikt over meer kennis dan de andere marktpartijen of zich overigens in een voorsprongspositie bevindt (informatie-asymmetrie). Gedacht kan worden aan het aanwenden van voorkennis of daarmee gelijk te stellen vormen van kennis). Het hebben van ervaring en deskundigheid op het gebied van optiehandel is niet gelijk te stellen met het hebben van voorkennis. Het stelt een belastingplichtige in staat om, op basis van de voor alle marktpartijen beschikbare informatie, de kans op voordeel beter in te schatten, maar maakt dat voordeel niet voorzienbaar.
De met het beheer van het vermogen gemoeide tijd en de (financiële) omvang van het vermogen zijn, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang bezien, niet van beslissende betekenis voor het antwoord op de vraag of van normaal, actief vermogensbeheer in de zin van artikel 3.91, eerste lid, onderdeel c, van de Wet IB 2001 kan worden gesproken.
-=-=-